Integraal waterbeleid van Europees tot lokaal niveau
Integraal waterbeleid wordt op verschillende niveaus gevoerd.
Op Europees niveau worden de watersystemen geografisch ingedeeld in stroomgebieden. Vier stroomgebieden liggen gedeeltelijk op Vlaams grondgebied, nl. de stroomgebieden van de IJzer, de Brugse Polders, de Schelde en de Maas. Deze stroomgebieden zijn om praktische redenen opgenomen binnen twee internationale stroomgebieddistricten, dat van de Schelde en dat van de Maas.
De stroomgebieden bestaan uit verschillende oppervlaktewater- en grondwaterlichamenwaterlichamen. Een oppervlaktewaterlichaam is een oppervlaktewater van aanzienlijke omvang zoals een (deel van een) rivier, beek, kanaal of een meer. Grondwater is ook te onderscheiden in verschillende waterlichamen. Een grondwaterlichaam is een afzonderlijke grondwatermassa in één of meer watervoerende lagen onder het bodemoppervlak.
Binnen Vlaanderen worden de stroomgebieden verder opgedeeld in elf bekkens. Van west naar oost zijn dat het bekken van de IJzer, de Leie, de Brugse Polders, de Bovenschelde, de Gentse Kanalen, de Dender, de Benedenschelde, de Dijle en de Zenne, de Nete, de Demer en de Maas.
De bekkens worden op hun beurt opgedeeld in een honderdtal deelbekkens.
Op elk niveau zijn er overlegstructuren en worden waterbeheerplannen opgemaakt.
